proloog

Proloog:

10 januari 1896- De man proeft zijn nieuwste ingeving in de warmte van zijn geest en voelt hoe het langzaam, met aandacht , versmelt met zichzelf.

Zich meer koesterend in het wonder hiervan, dan in de warmte van het zonlicht dat op zijn gezicht en donkere kostuum valt, strijkt hij nog eens een paar maal door zijn snor en baard.

Het is de kenmerkende repeterende beweging die hij al sinds jaren altijd onbewust herhaald als hij boeiende nieuwe concepten op zich in laat werken. Hij is zich niet eens van het gebaar bewust.

Wat hij wel weet, is dat deze manier van zich inleven in nieuwe ideeën, hem in de 62 jaar van zijn leven geen windeieren heeft gelegd. Tientallen uitvindingen, sommige zeer welkom bij het publiek dat het grote commercieel succes financierde, staan op zijn naam. Allemaal dankzij het vermogen dat hij heeft in de finesses heeft ontwikkeld om zich volledig over te geven aan een idee. Hij noemt het voor zichzelf:” Me er gewoon rustig, volledig en vol vertrouwen in onderdompelen”.

Hij kent het warme opgetogen gevoel om (het) helemaal eens(s) te zijn met een idee dus heel goed.
Met precies die warme gloed in zijn ogen en hart, voelt hij de intense dankbaarheid voor dit alles in zich opwellen. Hij ervaart hoe zijn hele diepste wezen juichend resoneert bij het omarmen van het idee.
Echter, onmiddellijk in de eerste minuten volgend op deze diepe en ontroerende extase, roept een koor van stemmen uit zijn bestaande geloofsysteem:” dat kan niet!” en “het is moreel misschien zelfs wel verwerpelijk is” en “ het zal je in grote moeilijkheden brengen” en “de mensen zullen je nu echt gek zullen vinden, wat haal je je nu weer aan?!”

Hij lacht het publiek in zijn hoofd vriendelijk toe en sust de gemoederen met heldere stem:
“Zoals we weten heb ik al lang besloten en in gang gezet dat ik mijn gehele vermogen niet onder het beheer stel van de mensen die zich mijn familie noemen, maar aan de gemeenschap die ik mijn familie noem: de hele mensheid.
Zelfs al ligt de indruk die die familie van mij en mijn bedoelingen heeft echt mijnenver van mijn diepste intenties, ik hoef me aan hen niet aan te passen, noch te verklaren. Ik hoef dit idee helemaal niet aan iemand kenbaar te maken. De behoefte of noodzaak om hier met iemand over te spreken heb ik dan ook helemaal niet.
Toch beloof ik mezelf, dat ik op een dag dit idee kenbaar zal maken, aan de juiste persoon, op de juiste plaats, op de juiste manier… in harmonie met alles dat is, in het belang van ons allemaal.”

“En hé” grapt hij er tegenover zijn nu gerustgestelde interne publiek goedgemutst achteraan, “ Als het allemaal inderdaad nonsens is, deze intentie zetten in de metafysische wereld, in de hoop mijn grootste dromen voor mijn familie echt te kunnen meemaken….
Als blijkt dat het toch niet kan om op deze manier gebruik te maken van een enorme kracht die bergen kan verzetten, niet in dit leven, niet in een volgende en zelfs niet via dat van iemand anders, wie zal dan weten dat ik er vandaag ooit met hart en ziel wel in heb gelooft en mijn intentie voor de hele mensheid vandaag heb gezet?”

dinsdag 12 januari 2016

handlezen

Begin september 1990- Perspectief van Esther

Als de man al opvalt, is het omdat hij er binnen het hele programma van dit hele kennismakingscircus voor studenten in Utrecht , zo gewoon uitziet. Ergens eind veertig schat ik hem, heel casual gekleed, zittend op een simpele stoel, meer niet. Geen toeters en bellen die zijn handlezen een  heel exotisch tintje hadden kunnen geven.
Toch, als ik de voorspellingen voor mijn groepsgenoten hoor, moet ik wel glimlachen.
De geijkte zinnen als ‘je gaat reizen’ en ‘ je zult een lange donkere man ontmoeten’ en ‘ ik zie een groot gezin’  komen toch wel vrij veel in zijn repertoire voor.
Alle meiden giechelen.
Met open vizier en licht knikkende knieën staan we op de drempel van een nieuwe levensfase. Dit zijn onze eerste schreden echt los van thuis, onderweg naar een toekomst als volwassenen die vol beloften is.
“Ach”, denk ik toegeeflijk, de eenvoudige onschuld van dit geboden vermaak wel waarderend , “laat ik voor de lol ook naar voren schuifelen en hem mijn handen tonen. Zelfs al is dit soort waarzeggerij nou niet iets voor mij.”

Kort voor hij tegen me begint te spreken check ik nog even bij mezelf dat een groot gezin en reizen beiden niet erg hoog op mijn prioriteitenlijst staan . En tevreden stel ik vast dat ik al een hele leuke lange vriend met donker haar heb. Zou hij desondanks toch daar ook bij mij mee op de proppen komen?

Dan, geheel onverwacht, loopt het script even helemaal uit de pas met wat ik eerder heb gezien bij de anderen.
Hij kijkt me recht aan, wat absoluut geen deel van de act was bij de meiden voor mij. En in die luttele seconden van oogcontact, voel ik ergens diep in mij, ervaar ik, weet ik met een onbetwistbare zekerheid, dat hij in grote verwarring is, geschrokken zelfs.
In plaats van de bekende vloeiende stroom luchtige zinnen, hoor ik eerst vooral wat onduidelijk gemompel. Hoe ik zijn blik ook probeer te vangen, hij vermijdt oogcontact nu volledig. Hij is geheel gefocust op iets wat hem blijkbaar ongemakkelijk fascineert in mijn hand.

Wanneer hij zich dan emotioneel heeft herpakt, vertelt hij, met een stem die ik ‘ diep bewogen’ zou noemen, dat hij lijnen in mijn hand ziet die hij nog nooit in het echt is tegengekomen.
Lijnen die een bijzondere rol inhouden en te maken hebben met het hergebruik van iets…waardevols dat heel oud is.
Gen woorden die verklaren waarom hij bijna van zijn stoel viel. Waarom heb ik toch het idee dat hij meer weet dan hij hier, in deze setting comfortabel kan zeggen?

“Wat houdt dat in?” probeer ik toch nog iets meer details aan hem te ontfutselen.
Terwijl de volgende student al naar voren stapt, hoor ik hem nog zeggen:” Jij gaat je waarschijnlijk toeleggen op het recyclen van oude dingen” Met een luchtigheid die ik alleen kan omschrijven als ‘gezocht’ en ‘ gemaakt’  beëindigt hij de sessie met :” Misschien is oude  meubeltje opknappen of zo iets voor jou?”


Nu ben ik verward.
Ik kan het voorval niet goed plaatsen. Zelfs met mijn nuchtere kijk op de wereld kan ik het niet comfortabel in het rijk der goedbedoelde onzin en vermaak stallen. 

Het was nauwelijks zijn woorden die me raakten, grepen zelfs.
Het was zijn energie, de oprechte schrik en verwarring die ik voelde, die maakte dat het ergens op de plank van de ‘bijzondere, mogelijk significante voorvallen’ werd bijgetekend.